Klaterend Club

dyn004_original_385_224_pjpeg_2646222_74517e41f2ba2704a291bb16e6bb7bd4Beste Michel,

Elf jaar is lang. Heel lang. Zeker als naast eeuwige rivaal Anderlecht zelfs veredelde middenmoters als Standard, Genk, Gent en (heel bijna) zelfs die ‘boeren’ van Zulte-Waregem telkens weer met de hoofdprijs gaan lopen.

Aan de toog van menig café werden al moppen verteld van het kaliber ‘oldtimer auto’s met een sticker Club Brugge Kampioen’.

Hoe verbetener en onaangenamer de Uplace-baron werd naarmate de titels door zijn dure handen glipten, hoe groter het leedvermaak in de 15 andere stadions van de eerste klasse. Je mag het ons niet kwalijk nemen, aan Verhaeghe is werkelijk niets sympathiek. Er hangt iets van malafide klatergoud rond die man. Dat is ooit wel anders geweest met jullie presidenten.

Wij, rivalen, hebben vaak en hartelijk kunnen lachen. Schadenfreude is nu eenmaal een dankbare bron voor smakelijke humor. Waarvoor onze oprechte dank.

Genoeg gelachen.

Club verdient deze nakende titel. Niemand was constanter over het hele seizoen.

Gisteren werd met sprankelend voetbal gewonnen van een gerodeerde machine (waar duidelijk dringend nieuwe olie in moet). Na het pak slaag op Genk (4-0 in het verlies gestaan) werd de uitstaande rekening thuis gewoon vereffend. Ook een zege waar niks op af te dingen viel. Het kost mij geen moeite om dat toe te geven als Genkie.

Bravo. Voetbal een kampioen waardig. Vooral nu het er op aankomt. Klasse.

Klasse en waardigheid. Sympathie.

In vroegere tijden had je als supporter van een andere ploeg (RSCA-fans wellicht uitgezonderd) geen enkele moeite om sympathie te hebben voor het volkse Club. Blauw-Zwart voetbalde een heel mooie erelijst bij elkaar, zonder de arrogantie en gecrispeerde toestanden die Anderlecht doorgaans wel etaleerde.

Als je eigen team niet meer in de running was, dan koos je makkelijk partij voor Brugge tegen Standard of Anderlecht.

Breng dat Club terug.

Laat, wanneer je straks die blinkende schaal in de lucht steekt, de nijd en overdreven agressie tussen en naast de lijnen varen. Weg met dat klagen, schreeuwen en natrappen.
Gedaan met het gemekker tegen scheidsrechters. Geen Calimero’s voor de microfoon.

Er is nu geen enkele reden, geen enkel excuus meer om te doen alsof iedereen tegen jou is. Echt niet.

Kies opnieuw voor de sympathieke stijl van een succesvolle volkse gentleman-club.
Vastberaden vechten voor elke nieuwe triomf, met geloof in eigen kunnen.

Misschien kan de Genkse harde kern volgend seizoen “Alle boeren zijn kampioenen” zingen bij het eerste treffen. Gevolgd door een oprechte staande ovatie. Ik zal graag rechtstaan.
Want die andere succesvolle familieclub kan zelf ook het goede voorbeeld geven.

Geniet met volle teugen van dat kampioenenjaar, op een positieve manier.

P.S. Nog eens bedankt voor die vele fijne euro’s voor Koen Daerden, en het oplossen van ons recente spitsenprobleem via de buitenlandse adoptie van Jelle Vossen. Het is altijd weer prettig zaken doen met Club Brugge KV.😉

Geplaatst in hersengespinsel

The stuff of legends

Paris-Roubaix,_Les_travaux_réalisés_en_2008Neen, Tom, je kan er maar beter meteen mee kappen. Je fiets aan de wilgen hangen, of gezien de vermoedelijke restwaarde ervan: op Kapaza ermee. Tijd voor de tweeling. Lore wil ook wel eens wat.

Het scheelde niks of je had Roubaix weer gewonnen. Gelukkig is dat niet gebeurd, waarvoor eeuwige dank aan de nog kwieke bejaarde Mathew Hayman. Sinds gisteren de bekendste Australiër in Lanaken, Brasschaat aan de Maas.

Dat je niet gewonnen hebt is goed voor ons, de kijkers. De fauteuilcoureurs. De dromers.

The stuff of legends bestaat voor 50% uit succes en voor 50% uit strijd, pijn, honger en algemene tegenspoed.

Legendarische records moeten tegelijk haalbaar en onbereikbaar zijn.

Niemand kon Parijs-Roubaix meer dan 4 keer winnen. Fabian zelfs niet eens zo vaak.

Als jij stopt zal het al zeker nog minstens 5 jaar duren voor iemand daar in lukt.

Maar eigenlijk moet ook de volgende Tom Boonen sneuvelen op de meet. De magie van Roubaix wordt er alleen groter van. Net als de legende van de renner.

Je bent nu al de strafste Belgische coureur van dit millennium met een palmares om van te duizelen. Een vijfde pavé maakt je echt niet nog straffer. Je gebruikt de ontelbare kasseien nu wellicht thuis als presse papier, en die dingen maken krassen op de salontafel.

In de atletiek hebben ze nog van die records die al 20, soms 30 jaar staan zonder dat iemand opnieuw in de buurt komt. Dat is saai en ontmoedigend. Ook al is dat vaak het gevolg van reglementswijzigingen of een gezonde ‘schoonmaak’ van de huisapotheek: onbereikbare records beletten topatleten om een echte legende te worden.

Het is al godgeklaagd dat Armstrong als enige (en dat niet geheel zuiver, naar verluidt) het record van 7 Tour-overwinningen heeft doen griffelen op de Muur der Groten. De eerstvolgende die er 6 aan elkaar weet te (r/l)ijden is eraan voor de moeite: niemand vergeet die 7 van Armstrong nog.

En zonder biochemische en/of mechanische spitstechnologie gaat niemand ooit nog meer dan 5 keer de Ronde van Frankrijk winnen.

Stel dat je volgend jaar weer meedoet en per ongeluk nog zo’n straatsteen wint…
Waarom een dergelijk  buitensporig en onnodig risico lopen?

Laat ons blijven dromen over Parijs-Roubaix. Zodat ik binnen 5 tot 10 jaar nog eens exact hetzelfde kan schrijven over Tiesj Benoot, 4 maal zegevierend in de vélodrôme met nog 7 podiumplaatsen erbovenop, en minstens 21 overwinningen in Harelbeke (geen onaardige koers, maar toch ook weer geen Roubaix).

 

Geplaatst in hersengespinsel

Brussel in mijn binnenzak

brussel-centraalBrussel is voor mij als de vriend van een vriend waar ik vaak enthousiast over hoor vertellen, maar die voor mij -op een vluchtige ontmoeting na- eigenlijk een volslagen onbekende is. En zoals bij die vriend van een vriend doe ik waarschijnlijk zelf te weinig moeite om elkaar te ontmoeten. Terwijl ik stiekem misschien een beetje jaloers ben op die vriendschap.

Mijn passages door Brussel als kind en als tiener beperkten zich tot het geduldig blijven zitten op de trein in “Bruxelles-Nord, Bruxelles-Central et Bruxelles-Midi” op weg naar Oostende en Knokke-Heist. Of – verheft uw hart postuum, Gaston Geens zaliger – de tweejaarlijkse bedevaart naar “Flanders Technology” in Gent.
Die treinreis begon meestal in Haacht, over Leuven of Mechelen. Daarmee weet u wellicht genoeg over mijn grootstedelijk bewustzijn.

Tot zo’n vijftal jaar geleden werden zakelijke afspraken binnen de Brusselse ring angstvallig vermeden, en wanneer toch onvermijdelijk – op straffe van gezichtsverlies of dalende inkomsten – liefst met een in Brussel bekende collega voltrokken.

Toegegeven, regelmatig werd de vijfhoek van Brussel wel gekozen voor een toeristisch-folkloristisch bezoek aan de eigen hoofdstad met buitenlandse collega’s. Stoemp mé weust in Brasserie La Roue d’Or op een steenworp van de Grote Markt. Even origineel en horizonverbredend als een schnitzel in Wenen of sangria in Valencia. Maar de bezoekende gelegenheids-Amerikanen vonden het altijd geweldig.

Met de Europese collega’s, die wel vaker in Brussel kwamen, naar de Mess van den Arsenal. Lekker eten, nog altijd Brussel, maar al iets minder een obligate Chinese brochurebestemming.

Neen, Brussel was geen deel van mijn leven. Mijn ploeg won er vier keer de Beker van België. Met de auto naar vrienden in Brussel – via de enige route die we kenden – en met die vreemde metro langs Simonis (een uitheemse naam die niet met autopolish gelinkt blijkt te zijn) naar de Heizel. Twee keer U2. En voor een beurs kwam ik ook wel eens op de Heizelvlakte (nooit uit vrije wil, laat dat duidelijk zijn). Kinepolis, Mini Europa zelfs.
(Maar is dat niet grondgebied Wemmel, eigenlijk? Telt dat wel als Brussel?)

Bijna vijf jaar geleden ging ik aan de slag bij een bedrijf in het midden van den Avenue Louise. Vreselijk vroeg vertrekken met de auto om via Montgomery, de General Jacques-laan en ontelbare door vuilniswagens opgestopte straatjes in Elsene naar kantoor te forenzen. Opstaan om 5u45, in de auto om 6u25. De moeilijke relatie met Brussel onder hoogspanning.

Vreemd genoeg bloeide er toch iets tussen ons. De liefde van de man gaat door de maag. Binnen een straal van 350 m kon ik kiezen uit heerlijk Italiaans, Frans, Japans, Chinees, Vietnamees en post-modernistisch vegetarisch eten. (Ik vergeet wellicht nog een etnische en/of levensbeschouwelijke specialiteit of twintig.) Een culinaire openbaring na 10 jaar van bedrijfskeukens en Panos-achtige broodjeslegbatterijen.

Toen het bedrijf negen maanden later naar een business park in Zaventem verhuisde zegevierde de slaap, maar de smaakpapillen bleven verweesd achter.

Tot ik 5 weken geleden opnieuw aan de slag ging in hartje Brussel.
Kantersteen, recht tegenover Brussel-Centraal, naast de Ravensteingalerij. Dichter bij het centrum kan je niet werken, tenzij als garçon op de Grote Markt.

Midden in de wittebroodsweken van mijn tweede huwelijk met Brussel hebben enkele onverbeterlijke en bloeddorstige criminele gekken Brussel pijn gedaan.
Onherstelbaar veel pijn.

Ik ben geen slachtoffer of held van zwarte dinsdag. Ook al stapte ik uit de trein in Brussel-Centraal, letterlijk enkele minuten voor de aanslag in Maalbeek. En heb ik de hele dag sirenes en helicopters door mijn hoofd horen loeien, hier in onze bedrijfsburcht op Kantersteen. Met het leger op de stoep. Een onpersoonlijke kantoorwijk in staat van beleg. Alle mogelijke nationaliteiten maar met een nooit eerder gevoelde verbondenheid.

Nu twee weken later, nadat de onvermijdelijke nationale hysterie wat is gaan liggen, besef ik dat het mij iets kan schelen. Niet zozeer de terreur. Niet de daders of de angst ervoor.

Brussel. Brussel kan mij nu iets schelen.

Ik wil die vriend van een vriend plots wat beter leren kennen. Ook al voel ik me hier nog lang niet thuis, zoals enkele weken geleden in Molenbeek, Sint-Gillis en Vorst. Of zoals vanochtend in de auto door Schaarbeek. Als treurnis een gemeente is, dan Schaarbeek.
En ook al ken ik bepaalde buurten zoals den Botanique beter van de begingeneriek van “Heterdaad” dan van de snel-weer-weg bezoekjes aan de Fnac in shoppingcenter City 2 vlakbij.

Brussel en de Brusselaars verdienen een kans. Een plaatsje in mijn binnenzak. En wie weet ooit wel een stukje van mijn plattelandshart.

Geplaatst in hersengespinsel

Wie waakt over de waakhond?

smartphone promo Test-Aankoop

Update 24/3/15: Je houdt het niet voor mogelijk maar… ik ontving op 22 maart opnieuw een commerciële mailing van Test Aankoop. Terwijl de klachtenprocedures en onderzoeken van respectievelijk de Privacy Commissie en de Inspectie van de FOD Economie nog lopen.
En nadat Test Aankoop mij 2 maanden geleden schriftelijk liet weten dat mijn adres alvast werd geschrapt. De ontvangen mailing is op zijn vraag bezorgd aan Simon November van Test Aankoop, en ook aan de Privacy Commissie op hun vraag. Op naar de volgende aflevering.

Update 27/1/16: De Privacy Commissie heeft antwoord gekregen van Test Aankoop. Ze zeggen mijn e-mailadres te hebben verkregen naar aanleiding van een juridische vraag (waarvan ik geen sporen kon terugvinden, maar ik kan niet uitsluiten dat dit klopt) in 2008. Er werd dus inderdaad geen toestemming gegeven om dit 7 jaar later (sic) te gebruiken voor commerciële doeleinden. De Privacy Commissie besluit de brief met volgend statement: “Wij gaan Test Aankoop verder bevragen over de manier waarop ze de wet naleven.” Test Aankoop heeft mijn adres inmiddels geschrapt, zo’n 3 maanden na mijn klacht.

Update 25/11/15: De Privacy Commissie heeft mijn klacht tegen Test Aankoop ontvankelijk en gegrond verklaard en start een onderzoek.

De aanleiding

Who Watches the Watchmen?Voor de tweede keer op enkele weken tijd vind ik een commerciële mailing van Test Aankoop in mijn mailbox. Een niet onaantrekkelijk vormgegeven schriftelijke bede waarin ik word opgeroepen om deel te nemen aan een groepsaankoop voor gas en elektriciteit.

Voor de tweede keer op enkele weken tijd ga ik vruchteloos op zoek naar de link om uit te schrijven. Ik ben immers geen klant noch prospect van Test Aankoop, ik heb me op geen enkele manier opgegeven voor deze mailings. Ook niet bij een partner van hen.

Net zoals de vorige keer stuur ik een tweet naar het officiële twitter account. Test Aankoop reageert niet. Op twitter vond ik tientallen berichten van andere lotgenoten, en ook zij blijven op hun honger zitten. Reageren op klachten en vragen is vandaag het absolute minimum voor élke organisatie, en behalve een gezonde PR-strategie ook gewoon elementaire beleefdheid. (Nog) niet zo voor Test Aankoop.

De vorige keer heb ik per e-mail gevraagd om mij meteen uit deze lijst te verwijderen. En vriendelijk verzocht mij te laten weten hoe ze aan mijn goedbewaakte privégegevens gekomen zijn.

Je moet weten dat ik erg gesteld ben op respect voor mijn data privacy.

Of mijn bestaan als marketingmens daar voor iets tussenzit? Misschien wel. Als professional heb ik het belang en de wettelijke verplichtingen rond de bescherming van persoonsgegevens inderdaad altijd voor ogen -of in het achterhoofd- in de marketingacties die ik ontwikkel. Ik heb in sectoren gewerkt waar de persoonlijke data van mensen van zéér gevoelige aard is: de gezondheidssector en de financiële sector. Die zorg is er dus ingeslepen door de praktijk. En erin geklopt door de juridische raadgevers.

In elk geval ga ik zeer bewust om met de data die ik prijsgeef, zeker op het internet. Ik weet heel goed wanneer en aan wie ik welk e-mailadres prijsgeef. En aan wie niet. Dus niet aan Test Aankoop, en al zeker niet aan wie dan ook in het kader van groepsaankopen die mij geen fluit interesseren. Ik ben namelijk het type klant dat graag zelf de beste deal negotieert (of zichzelf wijsmaakt dat hij daar goed in is).

Dat uitgerekend Test Aankoop, de consumentenwaakhond die zich graag opwerpt als de laatste verdedigingsgordel tegen al die malafide multinationals, zondigt tegen de basis van respectvolle marketing is best wel erg. Omdat het geen enkele inspanning kost om het wél correct te doen.

Toch is deze aanfluiting qua privacy, beleefdheid en klantvriendelijkheid niet de reden waarom ik het toetsenbord aansla.

Het heeft mij doen nadenken over de bedenkelijke positie die Test Aankoop eigenlijk bekleedt.

De beschermengel der consumenten is een commerciële uitgever van tijdschriften en andere publicaties die winst moet maken. En die ondertussen ook flink wat omzet haalt uit groepsaankopen, een activiteit waarvoor ze met grote energiespelers akkoorden moeten sluiten. Commerciële deals. Big money.

Test Aankoop is al eerder in opspraak gekomen, bijvoorbeeld door de gadgets die je gratis bij een abonnement krijgt, en die regelmatig veel minder waardevol blijken dan vooropgesteld. (Zie o.m. ‘Test-Aankoop slaat mea culpa over ‘tablet’‘.) Praktijken waarvoor ze andere bedrijven vaak snel en keihard aanpakken. Naar mijn gevoel komen ze daar zelf nogal makkelijk mee weg.

Opvallend is ook dat alle media, en heel vaak dus ook de VRT, beroep doen op Ivo Mechels in die rol van waakhond. Dat houdt de illusie in stand dat Test Aankoop een soort officiële instantie is, een instituut (van de overheid?) met een legitiem mandaat om economische mistoestanden aan de kaak te stellen.

Grootschalige fraude zoals Volkswagen ze recent heeft gepleegd, dioxinecrisissen en andere protestacties tegen telecomoperatoren onderlijnen het belang van een objectieve en onafhankelijke organisatie die opkomt voor de belangen van de consument.

Ik stel ten zeerste in vraag of ik als consument goed verdedigd word door een bedrijf met een enorm structureel belangenconflict. Winst moeten maken met objectieve geschreven content (wat bijna geen enkele uitgever meer lukt…), afspraken moeten maken met grote spelers voor wervingsacties, extra inkomsten genereren met partners (zie groepsaankopen), en -last but not least- een dwingende nood aan sensationele ‘schandalen’ om de zoveel maanden, om in de kijker te blijven en een bestaansreden te vrijwaren.

De enige toezichtshouders die het doen en laten van Test Aankoop in de gaten houden zijn voorlopig enkel u en ik. Maar wij hebben wel andere zorgen aan ons hoofd. De waakhond wordt dus niet bewaakt.

De oplossing? Waarom geen onafhankelijke organisatie, Wikipedia-style, die crowd-funded voor waakhond speelt? Die met een mix van giften en eventuele subsidies volledig onafhankelijk kan zijn? Al dan niet onder de controle van de FOD Economie, al ben ik het idee van een extra overheidsadministratie ook niet erg genegen. In elk geval onder direct toezicht van de consument zelf, zoals dat doorgaans vrij goed werkt op de Wiki’s.

P.S. Na herhaaldelijke pogingen om contact te krijgen met Test Aankoop via e-mail en twitter, en nadat er geen gevolg werd gegeven aan mijn verzoeken om uit de lijsten te worden verwijderd en mij een verklaring te geven over hoe men aan mijn gegevens kwam, heb ik vanochtend de daad bij het woord gevoegd en klacht neergelegd bij de Dienst Inspectie van de FOD Economie, en bij de Privacy Commissie.

Geplaatst in hersengespinsel

Ieder voor zich

soldengekteMijn lieve Oma zaliger vertelde vroeger over de begindagen van de Tweede Wereldoorlog. Over hoe ze met haar familie vluchtte, samen met vele duizenden andere Belgen. Naar Frankrijk, waar ze warm onthaald werden en logeerden bij een boer, terwijl het Belgische leger moedig weerstand bood aan de Wehrmacht. Er werd niet gekeken op eten en drinken en niemand sliep op straat. “Les braves Belges sont nos frères et soeurs, Monsieur.”

Toen België onvermijdelijk capituleerde na een -gezien onze schaal- onwaarschijnlijk lang verzet van 18 dagen sloeg de stemming van de Fransen helemaal om. “Rentrez chez vous, amis des Boches.” En dus trok iedereen met de schrik in de benen weer naar huis. Een enkeling begon een nieuw leven in Frankrijk. (Dat Hitler na minder dan 18 dagen op Franse bodem in Parijs stond is geschiedkundige ironie.)

In de jongste weken krijg ik mijn kijk op de mensheid niet scherpgesteld. Zoals een tv-toestel dat de frequentie niet kan vasthouden. Wisselende lichtsterkte rondom mij, die mijn auto-focus functie stoort.

Wanneer Hollywood ons al eens een spiegel voorhoudt in de betere rampenfilm, dan komen volgende elementen steevast terug.

Een natuurramp, bio-nucleair accident of uitwas van één of andere oorlog bedreigt ons.
Er is eerst geen oplossing.
Een voorheen ondergewaardeerd genie of een rebel kent een oplossing.
De oplossing is helaas niet voor iedereen.
Ethische keuzes over wie wel, en wie niet, dringen zich op.
De leider van de wereld hakt de knoop door en gaat moedig zelf mee ten onder.
De gelukkigen overleven de shitstorm.
Een semi-happy ending toont het einde van de miserie en de belofte van een nieuwe toekomst.

Je weet waar ik naartoe wil.

Duizenden mensen ontvluchten hun miserie op dit moment.
Europa ervaart dit als een bedreiging.
Angela Merkel en Duitsland tonen hun grote hart terwijl de rest van Europa worstelt met zichzelf.
Duitsland heeft helaas ook geen plaats voor iedereen en moet de grens (tijdelijk) sluiten.
Angela Merkel komt politiek zwaar onder druk.

De rest van dit script moet nog worden geschreven. Ik ben op dit moment niet geneigd te geloven dat we een semi-happy ending gaan krijgen.

Onze mensensoort is het resultaat van miljoenen jaren van succesvolle toepassing van ‘ieder voor zich’.
Of we dat nu willen of niet, niemand van ons kan claimen dat hij volledig onbaatzuchtig in de wereld staat.

De meesten vinden het allemaal heel erg. Velen willen helpen.
Maar niemand wil er zijn eigen comfort voor in gevaar brengen. Als we eerlijk zijn met onszelf.
Ik ook niet. En daar worstel ik mee. Eerlijk.

Het overlevingsinstinct van de mens zit onze menselijkheid in de weg.

In Calais hebben zich vorige week, toen een Vlaams konvooi hulpgoederen kwam brengen voor de vluchtelingen in de Jungle, lelijke taferelen voorgedaan. Mensen die hun goed hart hebben laten zien werden door een aantal vluchtelingen niet al te zachtaardig van hun hulpgoederen verlost. Soms met schade aan hun auto en eigen kledij.

Wie zich daarop beroept om te zeggen dat deze sukkelaars hier niet passen moet op de openingsdag van de koopjesperiode maar eens naar een grote winkel trekken (foto). Duw- en trekwerk, zonder omkijken, is ons ook echt niet vreemd.

Je kan ook moeilijk uitleggen hoe het plunderen van winkels, en het voor de camera’s naar huis rennen met een vers gestolen LCD-tv, het zeer begrijpelijke protest tegen verdacht politiegeweld inhoudelijk versterkt.
Bij sommigen gaat ‘ieder voor zich’ dan zelfs snel over in ‘grijpen wat je kan’.

Nu mijn vaderlijke gevoelens zich volop ontwikkelen (ik word binnen enkele weken voor de eerste keer papa) durf ik geen moraalridderlijke hand meer in het vuur steken voor mijn eigen beschavingsniveau als mijn eigen kindje honger zou komen te lijden.

De Britse Thalys-held stelde een heel terechte vraag na de huldiging op het Elysée.
“What would you do?”

Ik weet enkel zeker wat ik zou willen dat ik doe. Maar niks menselijks is mij vreemd.

Geplaatst in hersengespinsel

“Et alors?”: ethiek met de Franse slag

Laurent Jalabert in commissie dopingonderzoek Franse senaatAls je op vakantie in Frankrijk tijdens de Tour geen eigen satellietantenne meezeult ben je veroordeeld tot het ondergaan van een dagelijkse, urenlange lofzang voor le cyclisme français, op France 2 of 3.
Heb je een paar van die uitzendingen min of meer verteerd, dan is het pijnlijk helder: de Fransen houden eigenlijk niet van de koers.

De Fransen houden van Frankrijk. Van Franse overwinningen en van Franse helden. Van Franse kazen (al dan niet genoemd naar die helden). En van helemaal niemand anders.

Het duurt even voor je het aanvoelt. De buitenlandse wielrenners in de Tour de France, meer dan ooit uit alle hoeken van de wereld, zijn er niet om sportief gezellig te verbroederen met hun Franse collega’s.
De niet-Fransen zijn een noodzakelijk kwaad, nodige figuranten om de grandeur van de Franse natie te kunnen etaleren ten koste van mindere buitenlandse goden. Een buitenlander in een Franse ploeg is niet helemaal een Untermensch. Hoogstens een gewaardeerde huurling.

Buitenlanders die een rit winnen worden amper getoond in de nabeschouwingen.
Zeker niet als een Fransman iets bijzonders heeft gedaan in die etappe. Zoals het aaien van een hondje. Of het minutenlang rustgevend aan de klink van de medische assistentiewagen hangen.
De namen van buitenlandse renners worden nooit min of meer goed uitgesproken, het wordt ook niet geprobeerd.
Recente winnaars van grote en klassieke wedstrijden buiten Frankrijk zijn vaak nobele onbekenden tijdens het live commentaar.

Er zijn ongetwijfeld tijdperken geweest waarin die chauvinistische koersvisie niet belachelijk overkwam. Ten tijde van de verpletterende dominantie van Jacques Anquetil, toen zelfs de eeuwige tweede achter hem, Poulidor, een Fransman was. Tijdens de jaren van Hinault ook. En in sommige van de beginjaren van de Tour.

De wielerwereld is sinds de eerste zege van Greg Le Mond in 1986 fel geëvolueerd. Mondialer en kapitaalkrachtiger. Maar niet voor de Fransen. Van de jaren negentig tot vorig jaar kwam het Franse wielrennen niet meer in het stuk voor. Enkelingen haalden het voorplan nog wel. Waaronder Laurent “Jaja” Jalabert, een succesrijke sprinter die zich later omschoolde tot lange-vluchtkoning. En bad boy Richard Virenque, die als attaqueur, en zeer bescheiden klimmer, een aantal keren de bolletjestrui veroverde.

De dopingbekentenissen van Armstrong, zijn rivalen en vele anderen zijn een godsgeschenk voor het eerherstel van de Franse grandeur. Het kòn immers niet, dat Frankrijk dertig jaar lang geen Tour-winnaar kon leveren. Dat viel enkel te verklaren door bedrog, diefstal en valsemunterij. Fransen kunnen énkel verliezen van valsspelers. En dankzij Oprah weten we dat het zo was. Lance, en later Jan, en Marco, en Michael hebben allemaal in de apothekerskast gewoond.

Die arme Franse renners hadden gewoon geen eerlijke kans gehad! Iedereen blij in Frankrijk. Le cyclisme français gered.

In 1998 brak het lange dopingepos echt los met de Festina-affaire. Flamboyante kopman van die ploeg: Richard Virenque.
Recente analyse van de bloedstalen van de Tour van 1998 bracht naar boven dat ook andere Franse renners positief testten op EPO.
Daaronder ook weer een grote naam: Laurent Jalabert. Un héro de la Patrie. Een held des vaderlands.

De verklaring dat Frankrijk niets wist te rapen, tientallen jaren lang, zuiver door het bedrog van anderen: naar de prullenmand.

Tenzij Richard Virenque en Laurent Jalabert nooit echt zouden bekennen. Eerder iets binnensmonds mompelen over “andere tijden” en “geen commentaar”.
Dan konden ze de chouchous van de natie blijven. Onbesmette helden. Coryfeeën die op France 2 en 3 de lofzang voeren voor al die krampachtige Fransen die uiteindelijk toch weer zullen teleurstellen. (Behalve vorig jaar, toen letterlijk twee derde van het podium wegviel.) En verstandige kritische vragen stellen bij de opmerkelijke prestaties van bepaalde niet-Fransen.

Het zit diep in de volksaard van de Fransen, die halve schuldbekentenis. Zoals het “Et alors?” van François Mitterrand op de vraag over zijn buitenechtelijke dochter. Je bent in Frankrijk pas een bedrieger als je het zelf helemaal hebt opgebiecht en daardoor een onherroepbare daad stelt.

De rechten van de waarheid zijn altijd ondergeschikt aan de belangen van het Franse vaderland.
Zeker als er buitenlanders mee gemoeid zijn.

Geplaatst in hersengespinsel

Chasse patate

foto Jurgen Van den BroeckLaat ik maar meteen tot een bekentenis overgaan: ik was een VdB-believer. Ik wilde geloven dat als Jurgen een keer geen pech zou kennen, een keer overal recht kon blijven, en een keer geen mysterieus virus zou oppikken, dat hij dan zeker op het podium van enkele Grote Rondes zou komen te staan.

Tot vorige week, in deze fantastische Giro.

Je mag me gerust een slow learner noemen, want veel wielerliefhebbers hadden de hoop al veel eerder losgelaten. Na de heel erg teleurstellende Vuelta vorig jaar bijvoorbeeld, of na de zoveelste pech-Tour.

Na de tweede ernstige bergrit vorige week werd ook mij pijnlijk duidelijk dat het plafond nu echt helemaal werd bereikt. De echte top ligt zelfs al even achter ons, als we eerlijk zijn.

Uit de eindafrekening van de Ronde van Italië leren we dat er nu minstens 11 betere ronderenners zijn in het peloton. Reken daar nog minstens Froome, Quintana, Pinot, Nibali, Valverde en (met enige reserve) Porte bij, plus enkele andere doorbrekende talenten, en we zitten al snel aan een twintigtal renners die gewoon consequent beter doen dan Jurgen.

Dat is op zich helemaal geen schande. Hij heeft er -naar wat we steeds te horen kregen- alles aan gedaan.
Het is wat het is. C’est la vie. Life goes on.

Dit schrijfsel is dan ook geen afserveren van een ex-idool die uiteindelijk toch teleurstelde.

Het is een waarschuwing.

Want Jurgen Van den Broeck is met een onvervalste chasse patate bezig. Hij jaagt moederziel alleen op een kopgroep van ronderenners die hij aanvankelijk wel kan volgen, maar dan toch telkens weer moet laten gaan.
Achter hem een breed peloton van mindere goden. Met een 12e plaats (op 25 minuten van Contador, weliswaar) sta je nog altijd netjes in de top 10% van een peloton van meer dan 180 renners. Zeker niet slecht. Maar Jurgen ziet zichzelf nog steeds als een podiumrenner…

En hij gedraagt er zich nog steeds naar. Snel nors in zijn antwoorden, al te vaak als reactie op de confrontatie met het schrille contrast tussen zijn uitgesproken ambitie en de harde realiteit van het algemeen klassement.
We begrijpen de eerste emoties, het verwerken van de zoveelste teleurstelling. Maar het wordt een beetje een ziektebeeld.

De pittige discussie (zeg gerust: ruzie) met ideale schoonzoon Maxime Monfort bij het overschrijden van de finish is een flinke waarschuwing voor Jurgen zelf, en voor al wie hem met zorg begeleidt. De spanning tussen droom en daad is nu zo groot dat het nu maar twee kanten op kan gaan.

Ofwel wordt VdB een verbitterde coureur. Met een erg magere erelijst, vierde en vijfde plaatsen in de Tour. En tientallen externe oorzaken om zich achter te verstoppen. Met ongetwijfeld steeds scherpere uitvallen naar wie er al eens kritiek op durft geven. En wellicht, laat ons eerlijk zijn, snel vergeten binnen enkele jaren. Niet meer dan een voetnoot in de rijke wielergeschiedenis.

Ofwel vindt hij zichzelf opnieuw uit. Als aanvaller en favoriet in kleinere rondes. Of als superknecht en mentor van jong toptalent zoals een Tim Wellens of een Tiesj Benoot. Misschien als de Vlaamse Kiryienka of Basso, van goudwaarde als locomotief voor een explosieve kopman.

En doe alsjeblieft iets aan die erelijst, Jurgen. Je hebt jezelf al flink tekort gedaan met je keuze voor het enkel rijden van grote rondes. En eigenlijk enkel de Ronde van Frankrijk met hart en ziel.

In elk geval is het hoog tijd om te stoppen met je chasse patate, Jurgen. De kopgroep is onbereikbaar. Je eigen mooie trofeeënkast is dat nog niet.

Geplaatst in hersengespinsel
Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 706 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: