Brussel in mijn binnenzak

brussel-centraalBrussel is voor mij als de vriend van een vriend waar ik vaak enthousiast over hoor vertellen, maar die voor mij -op een vluchtige ontmoeting na- eigenlijk een volslagen onbekende is. En zoals bij die vriend van een vriend doe ik waarschijnlijk zelf te weinig moeite om elkaar te ontmoeten. Terwijl ik stiekem misschien een beetje jaloers ben op die vriendschap.

Mijn passages door Brussel als kind en als tiener beperkten zich tot het geduldig blijven zitten op de trein in “Bruxelles-Nord, Bruxelles-Central et Bruxelles-Midi” op weg naar Oostende en Knokke-Heist. Of – verheft uw hart postuum, Gaston Geens zaliger – de tweejaarlijkse bedevaart naar “Flanders Technology” in Gent.
Die treinreis begon meestal in Haacht, over Leuven of Mechelen. Daarmee weet u wellicht genoeg over mijn grootstedelijk bewustzijn.

Tot zo’n vijftal jaar geleden werden zakelijke afspraken binnen de Brusselse ring angstvallig vermeden, en wanneer toch onvermijdelijk – op straffe van gezichtsverlies of dalende inkomsten – liefst met een in Brussel bekende collega voltrokken.

Toegegeven, regelmatig werd de vijfhoek van Brussel wel gekozen voor een toeristisch-folkloristisch bezoek aan de eigen hoofdstad met buitenlandse collega’s. Stoemp mé weust in Brasserie La Roue d’Or op een steenworp van de Grote Markt. Even origineel en horizonverbredend als een schnitzel in Wenen of sangria in Valencia. Maar de bezoekende gelegenheids-Amerikanen vonden het altijd geweldig.

Met de Europese collega’s, die wel vaker in Brussel kwamen, naar de Mess van den Arsenal. Lekker eten, nog altijd Brussel, maar al iets minder een obligate Chinese brochurebestemming.

Neen, Brussel was geen deel van mijn leven. Mijn ploeg won er vier keer de Beker van België. Met de auto naar vrienden in Brussel – via de enige route die we kenden – en met die vreemde metro langs Simonis (een uitheemse naam die niet met autopolish gelinkt blijkt te zijn) naar de Heizel. Twee keer U2. En voor een beurs kwam ik ook wel eens op de Heizelvlakte (nooit uit vrije wil, laat dat duidelijk zijn). Kinepolis, Mini Europa zelfs.
(Maar is dat niet grondgebied Wemmel, eigenlijk? Telt dat wel als Brussel?)

Bijna vijf jaar geleden ging ik aan de slag bij een bedrijf in het midden van den Avenue Louise. Vreselijk vroeg vertrekken met de auto om via Montgomery, de General Jacques-laan en ontelbare door vuilniswagens opgestopte straatjes in Elsene naar kantoor te forenzen. Opstaan om 5u45, in de auto om 6u25. De moeilijke relatie met Brussel onder hoogspanning.

Vreemd genoeg bloeide er toch iets tussen ons. De liefde van de man gaat door de maag. Binnen een straal van 350 m kon ik kiezen uit heerlijk Italiaans, Frans, Japans, Chinees, Vietnamees en post-modernistisch vegetarisch eten. (Ik vergeet wellicht nog een etnische en/of levensbeschouwelijke specialiteit of twintig.) Een culinaire openbaring na 10 jaar van bedrijfskeukens en Panos-achtige broodjeslegbatterijen.

Toen het bedrijf negen maanden later naar een business park in Zaventem verhuisde zegevierde de slaap, maar de smaakpapillen bleven verweesd achter.

Tot ik 5 weken geleden opnieuw aan de slag ging in hartje Brussel.
Kantersteen, recht tegenover Brussel-Centraal, naast de Ravensteingalerij. Dichter bij het centrum kan je niet werken, tenzij als garçon op de Grote Markt.

Midden in de wittebroodsweken van mijn tweede huwelijk met Brussel hebben enkele onverbeterlijke en bloeddorstige criminele gekken Brussel pijn gedaan.
Onherstelbaar veel pijn.

Ik ben geen slachtoffer of held van zwarte dinsdag. Ook al stapte ik uit de trein in Brussel-Centraal, letterlijk enkele minuten voor de aanslag in Maalbeek. En heb ik de hele dag sirenes en helicopters door mijn hoofd horen loeien, hier in onze bedrijfsburcht op Kantersteen. Met het leger op de stoep. Een onpersoonlijke kantoorwijk in staat van beleg. Alle mogelijke nationaliteiten maar met een nooit eerder gevoelde verbondenheid.

Nu twee weken later, nadat de onvermijdelijke nationale hysterie wat is gaan liggen, besef ik dat het mij iets kan schelen. Niet zozeer de terreur. Niet de daders of de angst ervoor.

Brussel. Brussel kan mij nu iets schelen.

Ik wil die vriend van een vriend plots wat beter leren kennen. Ook al voel ik me hier nog lang niet thuis, zoals enkele weken geleden in Molenbeek, Sint-Gillis en Vorst. Of zoals vanochtend in de auto door Schaarbeek. Als treurnis een gemeente is, dan Schaarbeek.
En ook al ken ik bepaalde buurten zoals den Botanique beter van de begingeneriek van “Heterdaad” dan van de snel-weer-weg bezoekjes aan de Fnac in shoppingcenter City 2 vlakbij.

Brussel en de Brusselaars verdienen een kans. Een plaatsje in mijn binnenzak. En wie weet ooit wel een stukje van mijn plattelandshart.

Advertisements

Sociaal digitaal van het eerste uur. Marketing/communicatie- en mensenleider met een hart. Altijd zoekend naar waarde(n).

Geplaatst in hersengespinsel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: