“Et alors?”: ethiek met de Franse slag

Laurent Jalabert in commissie dopingonderzoek Franse senaatAls je op vakantie in Frankrijk tijdens de Tour geen eigen satellietantenne meezeult ben je veroordeeld tot het ondergaan van een dagelijkse, urenlange lofzang voor le cyclisme français, op France 2 of 3.
Heb je een paar van die uitzendingen min of meer verteerd, dan is het pijnlijk helder: de Fransen houden eigenlijk niet van de koers.

De Fransen houden van Frankrijk. Van Franse overwinningen en van Franse helden. Van Franse kazen (al dan niet genoemd naar die helden). En van helemaal niemand anders.

Het duurt even voor je het aanvoelt. De buitenlandse wielrenners in de Tour de France, meer dan ooit uit alle hoeken van de wereld, zijn er niet om sportief gezellig te verbroederen met hun Franse collega’s.
De niet-Fransen zijn een noodzakelijk kwaad, nodige figuranten om de grandeur van de Franse natie te kunnen etaleren ten koste van mindere buitenlandse goden. Een buitenlander in een Franse ploeg is niet helemaal een Untermensch. Hoogstens een gewaardeerde huurling.

Buitenlanders die een rit winnen worden amper getoond in de nabeschouwingen.
Zeker niet als een Fransman iets bijzonders heeft gedaan in die etappe. Zoals het aaien van een hondje. Of het minutenlang rustgevend aan de klink van de medische assistentiewagen hangen.
De namen van buitenlandse renners worden nooit min of meer goed uitgesproken, het wordt ook niet geprobeerd.
Recente winnaars van grote en klassieke wedstrijden buiten Frankrijk zijn vaak nobele onbekenden tijdens het live commentaar.

Er zijn ongetwijfeld tijdperken geweest waarin die chauvinistische koersvisie niet belachelijk overkwam. Ten tijde van de verpletterende dominantie van Jacques Anquetil, toen zelfs de eeuwige tweede achter hem, Poulidor, een Fransman was. Tijdens de jaren van Hinault ook. En in sommige van de beginjaren van de Tour.

De wielerwereld is sinds de eerste zege van Greg Le Mond in 1986 fel geëvolueerd. Mondialer en kapitaalkrachtiger. Maar niet voor de Fransen. Van de jaren negentig tot vorig jaar kwam het Franse wielrennen niet meer in het stuk voor. Enkelingen haalden het voorplan nog wel. Waaronder Laurent “Jaja” Jalabert, een succesrijke sprinter die zich later omschoolde tot lange-vluchtkoning. En bad boy Richard Virenque, die als attaqueur, en zeer bescheiden klimmer, een aantal keren de bolletjestrui veroverde.

De dopingbekentenissen van Armstrong, zijn rivalen en vele anderen zijn een godsgeschenk voor het eerherstel van de Franse grandeur. Het kòn immers niet, dat Frankrijk dertig jaar lang geen Tour-winnaar kon leveren. Dat viel enkel te verklaren door bedrog, diefstal en valsemunterij. Fransen kunnen énkel verliezen van valsspelers. En dankzij Oprah weten we dat het zo was. Lance, en later Jan, en Marco, en Michael hebben allemaal in de apothekerskast gewoond.

Die arme Franse renners hadden gewoon geen eerlijke kans gehad! Iedereen blij in Frankrijk. Le cyclisme français gered.

In 1998 brak het lange dopingepos echt los met de Festina-affaire. Flamboyante kopman van die ploeg: Richard Virenque.
Recente analyse van de bloedstalen van de Tour van 1998 bracht naar boven dat ook andere Franse renners positief testten op EPO.
Daaronder ook weer een grote naam: Laurent Jalabert. Un héro de la Patrie. Een held des vaderlands.

De verklaring dat Frankrijk niets wist te rapen, tientallen jaren lang, zuiver door het bedrog van anderen: naar de prullenmand.

Tenzij Richard Virenque en Laurent Jalabert nooit echt zouden bekennen. Eerder iets binnensmonds mompelen over “andere tijden” en “geen commentaar”.
Dan konden ze de chouchous van de natie blijven. Onbesmette helden. Coryfeeën die op France 2 en 3 de lofzang voeren voor al die krampachtige Fransen die uiteindelijk toch weer zullen teleurstellen. (Behalve vorig jaar, toen letterlijk twee derde van het podium wegviel.) En verstandige kritische vragen stellen bij de opmerkelijke prestaties van bepaalde niet-Fransen.

Het zit diep in de volksaard van de Fransen, die halve schuldbekentenis. Zoals het “Et alors?” van François Mitterrand op de vraag over zijn buitenechtelijke dochter. Je bent in Frankrijk pas een bedrieger als je het zelf helemaal hebt opgebiecht en daardoor een onherroepbare daad stelt.

De rechten van de waarheid zijn altijd ondergeschikt aan de belangen van het Franse vaderland.
Zeker als er buitenlanders mee gemoeid zijn.

Geplaatst in hersengespinsel

Chasse patate

foto Jurgen Van den BroeckLaat ik maar meteen tot een bekentenis overgaan: ik was een VdB-believer. Ik wilde geloven dat als Jurgen een keer geen pech zou kennen, een keer overal recht kon blijven, en een keer geen mysterieus virus zou oppikken, dat hij dan zeker op het podium van enkele Grote Rondes zou komen te staan.

Tot vorige week, in deze fantastische Giro.

Je mag me gerust een slow learner noemen, want veel wielerliefhebbers hadden de hoop al veel eerder losgelaten. Na de heel erg teleurstellende Vuelta vorig jaar bijvoorbeeld, of na de zoveelste pech-Tour.

Na de tweede ernstige bergrit vorige week werd ook mij pijnlijk duidelijk dat het plafond nu echt helemaal werd bereikt. De echte top ligt zelfs al even achter ons, als we eerlijk zijn.

Uit de eindafrekening van de Ronde van Italië leren we dat er nu minstens 11 betere ronderenners zijn in het peloton. Reken daar nog minstens Froome, Quintana, Pinot, Nibali, Valverde en (met enige reserve) Porte bij, plus enkele andere doorbrekende talenten, en we zitten al snel aan een twintigtal renners die gewoon consequent beter doen dan Jurgen.

Dat is op zich helemaal geen schande. Hij heeft er -naar wat we steeds te horen kregen- alles aan gedaan.
Het is wat het is. C’est la vie. Life goes on.

Dit schrijfsel is dan ook geen afserveren van een ex-idool die uiteindelijk toch teleurstelde.

Het is een waarschuwing.

Want Jurgen Van den Broeck is met een onvervalste chasse patate bezig. Hij jaagt moederziel alleen op een kopgroep van ronderenners die hij aanvankelijk wel kan volgen, maar dan toch telkens weer moet laten gaan.
Achter hem een breed peloton van mindere goden. Met een 12e plaats (op 25 minuten van Contador, weliswaar) sta je nog altijd netjes in de top 10% van een peloton van meer dan 180 renners. Zeker niet slecht. Maar Jurgen ziet zichzelf nog steeds als een podiumrenner…

En hij gedraagt er zich nog steeds naar. Snel nors in zijn antwoorden, al te vaak als reactie op de confrontatie met het schrille contrast tussen zijn uitgesproken ambitie en de harde realiteit van het algemeen klassement.
We begrijpen de eerste emoties, het verwerken van de zoveelste teleurstelling. Maar het wordt een beetje een ziektebeeld.

De pittige discussie (zeg gerust: ruzie) met ideale schoonzoon Maxime Monfort bij het overschrijden van de finish is een flinke waarschuwing voor Jurgen zelf, en voor al wie hem met zorg begeleidt. De spanning tussen droom en daad is nu zo groot dat het nu maar twee kanten op kan gaan.

Ofwel wordt VdB een verbitterde coureur. Met een erg magere erelijst, vierde en vijfde plaatsen in de Tour. En tientallen externe oorzaken om zich achter te verstoppen. Met ongetwijfeld steeds scherpere uitvallen naar wie er al eens kritiek op durft geven. En wellicht, laat ons eerlijk zijn, snel vergeten binnen enkele jaren. Niet meer dan een voetnoot in de rijke wielergeschiedenis.

Ofwel vindt hij zichzelf opnieuw uit. Als aanvaller en favoriet in kleinere rondes. Of als superknecht en mentor van jong toptalent zoals een Tim Wellens of een Tiesj Benoot. Misschien als de Vlaamse Kiryienka of Basso, van goudwaarde als locomotief voor een explosieve kopman.

En doe alsjeblieft iets aan die erelijst, Jurgen. Je hebt jezelf al flink tekort gedaan met je keuze voor het enkel rijden van grote rondes. En eigenlijk enkel de Ronde van Frankrijk met hart en ziel.

In elk geval is het hoog tijd om te stoppen met je chasse patate, Jurgen. De kopgroep is onbereikbaar. Je eigen mooie trofeeënkast is dat nog niet.

Geplaatst in hersengespinsel

Vogel voor de kat

tijgers vallen een vogel aan in groep

Als een tienerknaap die met het family pack condooms duidelijk zichtbaar onder de arm bezweert dat hij enkel komt studeren met je dochter.

Vincent Tan liet na het officialiseren van de aankoop van KV Kortrijk, de nieuwste voetbalgrootmacht in zijn imperium, optekenen dat hij het huidige Bestuur gewoon verder haar ding laat doen. Wie goed bezig is moet je gerust laten, of zoiets.

Hoe slecht moeten de Bestuurders van Cardiff City dan wel bezig geweest zijn dat Tan the Man ongeveer meteen een symbolische Aziatische draak moest invoeren als nieuwe logo, en de clubkleuren van blauw naar rood veranderen. Het rood is na luid protest van de fans teruggekeerd. De draak is gebleven. De gevestigde koosnaam “The Bluebirds”, naar de vogel in het oude logo, bleek geen hinderpaal.

Gaat dit over gokken? Natuurlijk gaat dit over gokken! Welke mogelijke andere reden kan er zijn voor een rijke ex-baas van een gokbedrijf, uit een heel ver land (Maleisië), zonder enige economische activiteit of binding met België, om geld te steken in een kleine provincieclub als KV Kortrijk?

Mijn imaginaire held Sherlock Holmes zou zeggen: “When you have eliminated the impossible, whatever remains, however improbable, must be the truth.”.

Ik zeg duidelijk ‘gokken’. Niet ‘wedstrijden manipuleren’. Sinds de gokchinees is die vrees gegrond, maar in deze niet bewezen.

Het gokbedrijf is vandaag in handen van de zoon van Vincent Tan. Wie gelooft dat de belangen van vader en zoon volledig gescheiden zijn? Daar staat de tienerjongen weer voor de deur, dezelfde doos maar al wat minder gevuld onder de arm. De tienerdochter bloost. Guilty pleasure.

Even ontluisterend is dat je blijkbaar een Belgische kandidaat voor Europees voetbal kan kopen voor een schamele 5 miljoen euro…
Dat is exact gelijk aan één geflopte transfer en een jaar loon bij Racing Genk (Mboyo), of wat langer geleden bij Club Brugge (Koen Daerden).

Als Mister Tan ernstige sportieve ambities heeft dan koopt hij een club als Standard of AA Gent. Leuk stadion, grote supportersaanhang en daardoor meteen aantrekkelijk voor goede voetballers die een tussenstap (of stap terug) willen zetten in hun globale veroveringstocht. En door de tv-rechten en merchandising meteen met voldoende cash flow om niet alles van de grond op te moeten bouwen.

KV Kortrijk is de volgende (en wellicht niet de laatste) club die in handen komt van iemand die het sportief presteren niet als belangrijkste motief heeft.
Lierse met zijn Egyptische voetballerskolonie.
Standard met een voorzitter wiens hart van STVV is, maar wiens kassa in Luik rinkelt. En in Charlton. En in Ujpest.

Is een alleenheersende mecenas per definitie nefast voor een club? Neen.

Jos Vaesen was zeer lang nauw verbonden met KRC Genk, enkele jaren op de voorgrond als voorzitter, met een zeer flinke financiële hand in de pap. Racing Genk haalde tussen 1998 en 2015 3 landstitels en 3 Bekers. Ondermeer dankzij de financiële inbreng van Jos Vaesen. Toen de Genkse groei sputterde moest hij een stap terugzetten. Dat deed hij met zichtbare pijn, maar hij liep ook niet weg en bleef bij de club. Misschien dat daardoor bepaalde problemen hebben aangesleept. Wie zal het zeggen. Toch bedankt voor alles, Jos. Van harte.

Ook Marc Coucke is zo spontaan en emotioneel supporter van KV Oostende dat hij oprecht enkel van sportieve glorie droomt. En ook wel wat van persoonlijk prestige. Of hij zich in geval van langdurige tegenvallende resultaten ook naar de achtergrond zou bewegen, in het belang van de club, is nog maar de vraag. Maar hij krijgt het voordeel van de twijfel.

Terug naar KV Kortrijk en Vincent Tan.

Ik heb lang gespeeld met de titel van dit verhaal.

Een vogel voor de kat.
Een kat in een zak.

De kat bij de melk…

De supporters van KV Kortrijk moeten hopen dat ze straks niet alle negen levens van de spreekwoordelijke kat opgesoupeerd zien worden.

Geplaatst in hersengespinsel

Instant justice

opgehangen man Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat de angst voor schade aan het imago van KV Oostende, het weireldploegsje van mecenas Marc Coucke, (te?) zwaar heeft doorgewogen in de beoordeling van het incident met de jeugdtrainer en zijn “lul van de week”.

Een onmiddellijk ontslag is een zware sanctie. Ik ken de betrokken trainer niet, misschien gingen er ook andere dingen fout in de samenwerking. Maar in het geval dat dit het enige vergrijp zou zijn op zijn kerfstok vind ik het een erg strenge straf. Zonder enige herkansing.

Let op: ik banaliseer het incident niet. Ik vind het ook niet gepast om kinderen (of wie dan ook) bewust te kijk te zetten, en ik geloof al helemaal niet in negatieve motivatie om een positief resultaat te bereiken.

Over de pedagogische zin van “lul van de week”, of over het literaire niveau ervan, zal je van mij dus geen goed woord horen.

Maar waar is de spreekwoordelijke tik op de vingers gebleven? De tweede kans, waar zelfs in ons strafrecht van uit wordt gegaan? Voor de meeste misdrijven geldt de regel dat je bij een eerste veroordeling niet meteen de maximumstraf krijgt. Omdat iedereen een fout kan maken. En omdat iedereen perspectief verdient op beterschap.

Ik denk dat er andere mogelijkheden waren om deze man bij te sturen, met een mooi gebaar naar zijn spelertjes toe bijvoorbeeld. Niet om de dingen te vergoeilijken, wel om die jongens een belangrijke levensles mee te geven: dat iedereen al eens uit de bocht kan gaan. En dat je ongelijk kunnen toegeven -al dan niet met een gebaar van goodwill- betere mensen van ons maakt.

Het machismo in het voetbal, en de soms middeleeuwse gebruiken die daarbij horen zijn niet meer van deze tijd en mogen aan de kaak gesteld worden. Zeker in het amateurvoetbal, en nog veel sterker in het jeugdvoetbal. Wat we daar zaaien krijgen we later anders zelfs met (het ondertussen ook al verboden) Round-Up niet meer uitgeroeid.

Anderzijds denk ik dat de therapiekosten voor de getroffen jongeman deze keer nog wel zullen meevallen. Onder meer dankzij zijn oplettende papa.

Maar de slinger moet niet doorslaan. Niet als deel van een zoveelste heksenjacht van de zieltogende krantenhandel.

En al zeker niet omdat het kraaknette blazoen van Marc Coucke hierdoor een spatje zou kunnen oplopen. Marc Coucke heeft zelf kinderen. Door een toeval heb ik die enkele jaren geleden een week lang in actie kunnen zien op skivakantie. Ze leken me niet alleen keurig opgevoed, maar ook de juiste waarden mee te krijgen van hun ouders.

P.S. Het weireldploegsje speelt al een tijdje geen wereldvoetbal meer. Ook de leiding ervan bestaat dus uit mensen.

Geplaatst in hersengespinsel

Wir haben es gewusst

blind manIk wilde vandaag maar weer eens een vrolijk stukje schrijven. Na een heerlijke vakantie, met de adembenemende natuur nog mentaal op het netvlies geïnstagramd. En de warmte van een verafgelegen volk in het hart. De literaire smileys in de aanslag.

Het spijt me oprecht maar het is me dus niet gelukt. Omdat er mensen van gebouwen worden gegooid. Al dan niet om ze nadien nog wat meer dood te stenigen. IS levert geen half werk. (Het zou me niet verbazen indien één van die bekeerlingen een verleden in quality assurance heeft, want het niveau van barbaarsheid is opvallend constant.)

Die mensen die ijskoud van gebouwen geflikkerd worden hebben dat enkel te danken aan hun liefde voor iemand van hetzelfde geslacht. Nu ben ik er zeker van dat u -zelfs als u er misschien nog wat ongemakkelijk of lacherig mee omgaat- minstens enkele holebi’s persoonlijk kent.
Ik mag me alvast gelukkig prijzen met een flink aantal fijne vrienden en naasten die toevallig van mannen houden.

Als u nu even de ogen sluit en visualiseert hoe één van die fijne kennissen naar de rand van het dak van een hoog gebouw aan een open plek in een willekeurige stad wordt gemarcheerd, en na het schreeuwen van “Alloeah Akbar” over de rand wordt geduwd, dan begrijpt u zeker dat ik vandaag geen vrolijk stukje uit het virtuele toetsenbord krijg.

Ik zag nog geen enkele #jesuisgay op twitter. Ik zag nog geen enkele oproep tot een mars in Brussel of Parijs. Gaia maakt gemiddeld meer lawaai over het artistiek verantwoord gooien met katten en honden op het Schoon Verdiep door een postmoderne kunstenaar dan ik de publieke opinie nu heb horen produceren over het gooien met homo’s. Met mensen.

Wel zag ik gisteren nogal wat protest tegen een school die radicaliserende jongeren (dat woord “jadicajisejen” goed uitspreken is nu voorgoed verpest door Jelle De Beule) heeft gemeld bij de politie.
Natuurlijk is het screenen van Facebook-pagina’s geen kerntaak van een school. Melding maken van het verspreiden van en oproepen tot geweld en haat (stafrechtelijke misdrijven) is echter zonder aarzeling de morele én wettelijke plicht van élke Europese burger of instantie. Kerntaak of niet: “it’s the law”.

Privacy is een vrij absoluut recht maar deze berichten stonden publiek leesbaar op Facebook. De school heeft dus niets gehackt of bewust gespioneerd. Ze heeft iets onrustwekkends vastgesteld en dat meteen gemeld bij de instanties.
Een heksenjacht op elke jongere met harde standpunten is ook niet gewenst, dus ik pleit alvast voor een discreet en wijs centraal meldpunt dat het onderscheid kan maken tussen meelopers en echte potentiële jihadis.

Er worden op 2500 kilometer van hier mensen van gebouwen gegooid.
Naar schatting komen zowat de helft van die moordenaars uit het Westen. Een flink aantal van hen heette korte tijd geleden nog Kevin of Geoffroy. Of Jejoen, tenzij dat een spelfout betreft.
Zonder wie dan ook te stigmatiseren moeten we onder ogen durven zien dat het hier niet over kwajongens gaat die op Facebook ‘stoefen’ over het stelen van een blikje cola in de Carrefour.

Zit het aspect ‘verklikken’ u niet lekker?
Elke van deze jongeren die in de waanzinnige barbaarse spiraal van het jihadisme wordt meegezogen ziet zijn leven en dat van zijn familie gegarandeerd verwoest.
Want het is een weg die alleen kan eindigen in de dood, of in een enkel geval een gebroken leven voor wie kan terugkeren.

Dat we waakzaam zijn en informatie doorspelen doen we niet alleen om te voorkomen dat er straks op een zondagnamiddag in de lente een bestelwagen met zelfgemaakt explosieven opduikt op de parking van het vermaledijde Gouden Kruispunt shoppingcenter, waar je op de duizenden koppen kan lopen. De afstand van Verviers tot dit mekka van de Westerse ontaarding bedraagt slechts 90 kilometer. Minder dan een uurtje rijden.

We doen het ook om hopelijk toch enkele misleide jongeren te redden van een afschuwelijk en onuitwisbaar trauma, of erger: een monster worden dat andersgeaarden van gebouwen gooit, kinderen als slaven verkoopt en journalisten onthoofdt.

Onze generatie kan niet zeggen dat ze het niet geweten heeft.
Het stond immers op Facebook.

#jesuisfaché en #jesuisgay

Geplaatst in hersengespinsel

Je suis Charlie

Je suis Charlie

Geen spitsvondige woordspelletjes met de titel van deze blogpost. Geen grappige foto. Geen kwinkslag, geen knipoog. Geen fratsen tout court.
Niet omdat ik niet meer durf lachen na gisteren. Integendeel, ik heb mijn leven lang met zowat alles en iedereen kunnen lachen. In de eerste plaats met mezelf, dat lijkt me gezond. Ik ben dus vastbesloten om de satire, de ironie, het sarcasme en de occasionele dijenkletser met passie en in veelvoud te blijven beoefenen.

De ernst vandaag is er uit respect voor de 12 dodelijke slachtoffers en de honderden dierbaren wiens leven is verwoest. Door koude en goddeloze mannen, op een koude en goddeloze dag.

Humor is het lastige aardse bestaan relativeren tot het een min of meer draaglijke opdracht wordt. De misdaad tegen de menselijkheid die gisteren werd gepleegd in het hart van Charlie Hebdo en in het hart van Frankrijk wil ik niet relativeren, laat staan zelfs maar een klein beetje legitimeren door er een kanttekening bij te maken. Dodelijke ernst is het. Helaas.
Diep onder de indruk ben ik, nog steeds, van het serene en stille massale protest waarin Frankrijk en vele mede-Europeanen zich gisteren verenigd hebben. Een sterker statement kan je niet maken richting fanatieke vrijheidsbeknotters over het absolute en onaantastbare recht op vrije meningsuiting in onze wereld.

De dag nadien stapelen de dilemma’s zich op.

Hoe moet onze democratische West-Europese samenleving hier op reageren? Meer cartoons? Graag, wat mij betreft.
Pakken we de voedingsbodem aan waarop extremisme gekweekt wordt bij jongeren die zich hier niet thuis voelen? Willen wij ze hier nog wel?
En kan je goodwill creëren in het Midden-Oosten om groeperingen als IS niet langer te financieren als je het Palestijnse volk niet uit de onmogelijke houdgreep van Israël haalt? Zijn een stabiel en democratisch regime en economische welvarendheid de enige weg om religieus terrorisme aan de bron te stoppen?
Het is ons niet gelukt in Irak en Afghanistan. Aan Syrië durft zelfs niemand te beginnen.

Moet iemand hiervoor gestraft worden? Ik heb gisteren -gelukkig- nog geen oproep tot wraak gehoord. Toch rijst vroeg of laat de vraag hoelang we onze andere kaak blijven aanbieden. Een volk verliest de hoop als het de indruk krijgt dat het geen enkel verweer heeft tegen een afschuwelijke dreiging.

De moeilijkste vraag is of je met kille, keiharde moordenaars überhaupt oplossingen kan vinden.
De moorden gisteren waren niet zozeer een terroristische daad als een strafexpeditie, een meedogenloze executie. Een afrekening zoals ze in Russische maffiamiddens zou zijn uitgevoerd. Met ‘special forces’ methodes. Een voorbeeld stellen, want de eenzijdig opgelegde regels werden niet gevolgd.

De beelden en verhalen die ons bereiken over de wandaden van IS in Syrië en Irak zijn even harteloos, voor door vrede week geworden Westerse zielen compleet onvatbaar. Hoe ze zich aan vrouwen en zelfs kleine meisjes vergrijpen is nog vele graden killer dan wat ze met (vermeende) tegenstanders doen.

Geen enkele godsdienst met meer dan drie aanhangers geeft goedkeuring aan het mishandelen, verkrachten en doden van kinderen. Bij mijn weten ook niet aan het koudweg en zonder proces vermoorden van schrijvers en tekenaars.

De daders waar we hier mee te maken hebben zijn geoefende moordmachines.
Ik vrees dat we deze dreiging niet gaan stoppen met straathoekwerkers alleen.

Geplaatst in hersengespinsel

Sedimentaire innovatie

(Gastbijdrage aan het Online Trendrapport 2015 van Wijs.be)

Wordt 2015 het jaar van de grote doorbraak? Van de Facebook-vervanger? Van ‘iBeacons everywhere’? En worden de warme ‘pistolets’ op zondagochtend per drone aan huis gebracht? Of wordt het zo’n jaar als het vorige, met meer horten dan stoten als het op baanbrekende innovatie aankomt?

In 2014 spatte de korte-termijndroom van Virgin Galactic om rijke toeristen in de ruimte te brengen -helaas letterlijk- uit elkaar. Maar ook die van taxi-vrijbuiter Uber in Brussel en tal van andere Europese steden. Facebook-challenger ello lijkt het na een steekvlammetje niet te gaan redden. Zelfs de nieuwe waarheden staan onder druk: elektrische wagens blijken op het vlak van (primair) fijn stof helemaal niet beter te doen dan moderne wagens met fossiele brandstoffen.
En meer dan ooit leken onze big data vooral onderhevig aan big theft, privacyrisico’s en hacking.
Bhaalu zal ik persoonlijk ook missen, ik was een tevreden gebruiker van dit nieuwe concept, legaal of niet.

Is het vandaag dan onmogelijk geworden om nog baanbrekend te innoveren, zonder belangengroepen, legertjes advocaten, of de wetten van de fysica (en die van de economie) keihard tegen te komen?
Het ligt eraan hoe je ‘baanbrekend’ wil meten. Als je verwacht dat creativiteit en durven direct uitmonden in succesvolle consumentenproducten en snel commercialiseerbare technologie, dan meet je volgens mij verkeerd. Als we een goed idee na de eerste mislukte lancering of een juridisch verbod al afschrijven voor de toekomst, dan negeren we onze eigen menselijke geschiedenis.

Ik geloof niet zo in ‘De Grote Doorbraak’. Innovatie is eerder een soort ‘sedimentair’ proces: elke poging -geslaagd of niet- laat een nieuw laagje inzicht, technologie en ambitie achter. Waar de volgende slimme uitvinder op zal bouwen, en weer andere oplossingen zoeken. Create. Kill. Repeat.

Ik bedoel het niet cynisch als ik zeg dat we in 2014 al veel nuttig leergeld betaald hebben.

Dankzij Uber zullen taxicentrales nooit meer hetzelfde zijn, of ze het nu willen of niet, en of het in die stad nu mag of niet. Want waar het wettelijk geregeld is passen de klassieke taxibedrijven zich luid vloekend aan, en lanceren ze nu eigen mobiele initiatieven. Op plaatsen waar de status van Uber nog onzeker is zie je taxicentrales hier en daar al anticiperen op het gevaar met gelijkaardige apps.

Bhaalu heeft er mee voor gezorgd dat tv-zenders en mediabedrijven nu zelf nieuwe manieren van kijken aanbieden (zie: Stievie, en alle tv-programma’s van VTM gratis op het web), daarbij tegelijk worstelend met een falend verdienmodel én de druk van de consument die wil kijken wat, waar en wanneer hij wil.

Voor die ondernemers die risico nemen met een start-up is het dubbel zuur als zij met het zwaard van Dame Justitia uit de markt gehouden worden en de ‘oude’ spelers hun innovatie onder druk zelf invoeren. Daar moeten echt oplossingen voor bedacht worden.
Maar kan je altijd zeggen dat de consument hier ook verloren heeft? Als het andere uitvinders op termijn afschrikt zeker wel, maar je kan niet negeren dat de innovatie via een omweg vaak toch z’n weg heeft gevonden naar de markt.

‘Necessity is the mother of invention’

Een cliché als een huis. Maar dat huis van jou zou er niet staan zonder de rupsbanden onder de graafmachine. En waar komt die rupsband vandaan? In dit herdenkingsjaar van ‘De Grooten Oorlog’ kan je er niet omheen: precies 100 jaar geleden stonden militaire voertuigen en grof geschut hopeloos vast in de modder. Iemand vond een oplossing uit. En uiteindelijk de tank.

Je kan moeilijk actief pleiten voor gewapende conflicten als motor van innovatie, daarvoor is oorlog gewoonweg te gruwelijk, maar het is wel een gegeven: zoveel van onze dagelijkse gebruiksvoorwerpen en technieken zijn ontstaan als oplossing voor een militaire hoofdbreker.

Als kind van de uitlopers van de Koude Oorlog kijk ik niet met plezier naar het slechte theaterstuk dat wordt opgevoerd door Rusland in en rond Oekraïne. Het Ijzeren Gordijn leverde weliswaar spannendere James Bond films op, maar verder weinig vreugde. Je kan er tegelijk niet omheen dat de miniaturisatie van elektronica -en vooral audio-visueel materiaal- ook een sterke boost heeft gekregen door de bloeiende wederzijdse spionage van Oost en West. Je kan zelf de test doen: al dat James Bond spul, dat bestaat gewoon vandaag! Voor zover je smartphone de meeste van die functies al niet gewoon vervuld.
De kleine cynicus in mij ziet dus wel al een hoop nieuwe gadgets op ons afkomen.

Richard Branson moet ook niet wanhopen. Voor we ons konden verblijden in de anti-aanbaklaag van de Tefal-pan – integraal te danken aan de space age – zijn ettelijke proefraketten en helaas ook flink wat astronauten in vlammen opgegaan. We denken iets makkelijker terug aan de maanlanding en de geslaagde Space Shuttle-vluchten maar het percentage van ruimtemissies met een slechte afloop ligt echt een pak hoger dan 0%.

Kortom, er is echt geen reden tot pessimisme. Ook in 2015 zullen we in kleine en vaak onzichtbare stapjes ‘van de nood een deugd maken’. Voor heel wat vraagstukken is de juiste oplossing immers nog lang niet gevonden: alleen al de klimaatproblemen en de zoektocht naar duurzame energie zullen wetenschappers én ondernemers blijven drijven in hun ambitie naar roem, geld, en meestal beide.

Je zit nog steeds op je honger, want deze tekst heeft nog geen enkele doorbraak aangekondigd voor 2015? Wel, Google Glass wordt echt geen massaproduct, maar straks draagt een topchirurg een tien keer zo dure professionele versie in de operatiekamer. Je bestelling bij Amazon wordt nog steeds niet geleverd per drone (de buurman zit immers al maandenlang op zijn terras met het jachtgeweer in de aanslag) maar journalisten en cameramensen zullen steeds minder vaak hun leven moeten wagen om wantoestanden in beeld te kunnen brengen.

Een nieuw massaproduct, zeg je?
Wel, in de jaren ’60 wist iedereen wat een computer was, tenminste conceptueel. Want niemand had er thuis één staan.
Vandaag weet iedereen wat een Tesla is. En een enkeling heeft er vandaag zelfs al één. Ook de BMW i8 spreekt tot de verbeelding.

Laten we het innovatieve succes van het jaar 2015 dus maar eens afmeten aan het aantal elektrische automodellen dat te koop zal zijn in de Benelux binnen 12 maanden, vergeleken met vandaag.
Ik geloof dat we dan een bescheiden flesje bubbels open zullen kunnen maken.

En die skihelm met ingebouwde ‘HUD’ (heads-up display) waarmee ik tegelijkertijd skiliften kan zien staan achter een berg en warme chocolademelk kan laten klaarzetten in de dichtstbijzijnde chalet met een gesproken opdracht aan Siri: die komt er heus wel een keer.

Geplaatst in digital
%d bloggers liken dit: