Chasse patate

foto Jurgen Van den BroeckLaat ik maar meteen tot een bekentenis overgaan: ik was een VdB-believer. Ik wilde geloven dat als Jurgen een keer geen pech zou kennen, een keer overal recht kon blijven, en een keer geen mysterieus virus zou oppikken, dat hij dan zeker op het podium van enkele Grote Rondes zou komen te staan.

Tot vorige week, in deze fantastische Giro.

Je mag me gerust een slow learner noemen, want veel wielerliefhebbers hadden de hoop al veel eerder losgelaten. Na de heel erg teleurstellende Vuelta vorig jaar bijvoorbeeld, of na de zoveelste pech-Tour.

Na de tweede ernstige bergrit vorige week werd ook mij pijnlijk duidelijk dat het plafond nu echt helemaal werd bereikt. De echte top ligt zelfs al even achter ons, als we eerlijk zijn.

Uit de eindafrekening van de Ronde van Italië leren we dat er nu minstens 11 betere ronderenners zijn in het peloton. Reken daar nog minstens Froome, Quintana, Pinot, Nibali, Valverde en (met enige reserve) Porte bij, plus enkele andere doorbrekende talenten, en we zitten al snel aan een twintigtal renners die gewoon consequent beter doen dan Jurgen.

Dat is op zich helemaal geen schande. Hij heeft er -naar wat we steeds te horen kregen- alles aan gedaan.
Het is wat het is. C’est la vie. Life goes on.

Dit schrijfsel is dan ook geen afserveren van een ex-idool die uiteindelijk toch teleurstelde.

Het is een waarschuwing.

Want Jurgen Van den Broeck is met een onvervalste chasse patate bezig. Hij jaagt moederziel alleen op een kopgroep van ronderenners die hij aanvankelijk wel kan volgen, maar dan toch telkens weer moet laten gaan.
Achter hem een breed peloton van mindere goden. Met een 12e plaats (op 25 minuten van Contador, weliswaar) sta je nog altijd netjes in de top 10% van een peloton van meer dan 180 renners. Zeker niet slecht. Maar Jurgen ziet zichzelf nog steeds als een podiumrenner…

En hij gedraagt er zich nog steeds naar. Snel nors in zijn antwoorden, al te vaak als reactie op de confrontatie met het schrille contrast tussen zijn uitgesproken ambitie en de harde realiteit van het algemeen klassement.
We begrijpen de eerste emoties, het verwerken van de zoveelste teleurstelling. Maar het wordt een beetje een ziektebeeld.

De pittige discussie (zeg gerust: ruzie) met ideale schoonzoon Maxime Monfort bij het overschrijden van de finish is een flinke waarschuwing voor Jurgen zelf, en voor al wie hem met zorg begeleidt. De spanning tussen droom en daad is nu zo groot dat het nu maar twee kanten op kan gaan.

Ofwel wordt VdB een verbitterde coureur. Met een erg magere erelijst, vierde en vijfde plaatsen in de Tour. En tientallen externe oorzaken om zich achter te verstoppen. Met ongetwijfeld steeds scherpere uitvallen naar wie er al eens kritiek op durft geven. En wellicht, laat ons eerlijk zijn, snel vergeten binnen enkele jaren. Niet meer dan een voetnoot in de rijke wielergeschiedenis.

Ofwel vindt hij zichzelf opnieuw uit. Als aanvaller en favoriet in kleinere rondes. Of als superknecht en mentor van jong toptalent zoals een Tim Wellens of een Tiesj Benoot. Misschien als de Vlaamse Kiryienka of Basso, van goudwaarde als locomotief voor een explosieve kopman.

En doe alsjeblieft iets aan die erelijst, Jurgen. Je hebt jezelf al flink tekort gedaan met je keuze voor het enkel rijden van grote rondes. En eigenlijk enkel de Ronde van Frankrijk met hart en ziel.

In elk geval is het hoog tijd om te stoppen met je chasse patate, Jurgen. De kopgroep is onbereikbaar. Je eigen mooie trofeeënkast is dat nog niet.

Advertenties
Geplaatst in hersengespinsel

Vogel voor de kat

tijgers vallen een vogel aan in groep

Als een tienerknaap die met het family pack condooms duidelijk zichtbaar onder de arm bezweert dat hij enkel komt studeren met je dochter.

Vincent Tan liet na het officialiseren van de aankoop van KV Kortrijk, de nieuwste voetbalgrootmacht in zijn imperium, optekenen dat hij het huidige Bestuur gewoon verder haar ding laat doen. Wie goed bezig is moet je gerust laten, of zoiets.

Hoe slecht moeten de Bestuurders van Cardiff City dan wel bezig geweest zijn dat Tan the Man ongeveer meteen een symbolische Aziatische draak moest invoeren als nieuwe logo, en de clubkleuren van blauw naar rood veranderen. Het rood is na luid protest van de fans teruggekeerd. De draak is gebleven. De gevestigde koosnaam “The Bluebirds”, naar de vogel in het oude logo, bleek geen hinderpaal.

Gaat dit over gokken? Natuurlijk gaat dit over gokken! Welke mogelijke andere reden kan er zijn voor een rijke ex-baas van een gokbedrijf, uit een heel ver land (Maleisië), zonder enige economische activiteit of binding met België, om geld te steken in een kleine provincieclub als KV Kortrijk?

Mijn imaginaire held Sherlock Holmes zou zeggen: “When you have eliminated the impossible, whatever remains, however improbable, must be the truth.”.

Ik zeg duidelijk ‘gokken’. Niet ‘wedstrijden manipuleren’. Sinds de gokchinees is die vrees gegrond, maar in deze niet bewezen.

Het gokbedrijf is vandaag in handen van de zoon van Vincent Tan. Wie gelooft dat de belangen van vader en zoon volledig gescheiden zijn? Daar staat de tienerjongen weer voor de deur, dezelfde doos maar al wat minder gevuld onder de arm. De tienerdochter bloost. Guilty pleasure.

Even ontluisterend is dat je blijkbaar een Belgische kandidaat voor Europees voetbal kan kopen voor een schamele 5 miljoen euro…
Dat is exact gelijk aan één geflopte transfer en een jaar loon bij Racing Genk (Mboyo), of wat langer geleden bij Club Brugge (Koen Daerden).

Als Mister Tan ernstige sportieve ambities heeft dan koopt hij een club als Standard of AA Gent. Leuk stadion, grote supportersaanhang en daardoor meteen aantrekkelijk voor goede voetballers die een tussenstap (of stap terug) willen zetten in hun globale veroveringstocht. En door de tv-rechten en merchandising meteen met voldoende cash flow om niet alles van de grond op te moeten bouwen.

KV Kortrijk is de volgende (en wellicht niet de laatste) club die in handen komt van iemand die het sportief presteren niet als belangrijkste motief heeft.
Lierse met zijn Egyptische voetballerskolonie.
Standard met een voorzitter wiens hart van STVV is, maar wiens kassa in Luik rinkelt. En in Charlton. En in Ujpest.

Is een alleenheersende mecenas per definitie nefast voor een club? Neen.

Jos Vaesen was zeer lang nauw verbonden met KRC Genk, enkele jaren op de voorgrond als voorzitter, met een zeer flinke financiële hand in de pap. Racing Genk haalde tussen 1998 en 2015 3 landstitels en 3 Bekers. Ondermeer dankzij de financiële inbreng van Jos Vaesen. Toen de Genkse groei sputterde moest hij een stap terugzetten. Dat deed hij met zichtbare pijn, maar hij liep ook niet weg en bleef bij de club. Misschien dat daardoor bepaalde problemen hebben aangesleept. Wie zal het zeggen. Toch bedankt voor alles, Jos. Van harte.

Ook Marc Coucke is zo spontaan en emotioneel supporter van KV Oostende dat hij oprecht enkel van sportieve glorie droomt. En ook wel wat van persoonlijk prestige. Of hij zich in geval van langdurige tegenvallende resultaten ook naar de achtergrond zou bewegen, in het belang van de club, is nog maar de vraag. Maar hij krijgt het voordeel van de twijfel.

Terug naar KV Kortrijk en Vincent Tan.

Ik heb lang gespeeld met de titel van dit verhaal.

Een vogel voor de kat.
Een kat in een zak.

De kat bij de melk…

De supporters van KV Kortrijk moeten hopen dat ze straks niet alle negen levens van de spreekwoordelijke kat opgesoupeerd zien worden.

Geplaatst in hersengespinsel

Wir haben es gewusst

blind manIk wilde vandaag maar weer eens een vrolijk stukje schrijven. Na een heerlijke vakantie, met de adembenemende natuur nog mentaal op het netvlies geïnstagramd. En de warmte van een verafgelegen volk in het hart. De literaire smileys in de aanslag.

Het spijt me oprecht maar het is me dus niet gelukt. Omdat er mensen van gebouwen worden gegooid. Al dan niet om ze nadien nog wat meer dood te stenigen. IS levert geen half werk. (Het zou me niet verbazen indien één van die bekeerlingen een verleden in quality assurance heeft, want het niveau van barbaarsheid is opvallend constant.)

Die mensen die ijskoud van gebouwen geflikkerd worden hebben dat enkel te danken aan hun liefde voor iemand van hetzelfde geslacht. Nu ben ik er zeker van dat u -zelfs als u er misschien nog wat ongemakkelijk of lacherig mee omgaat- minstens enkele holebi’s persoonlijk kent.
Ik mag me alvast gelukkig prijzen met een flink aantal fijne vrienden en naasten die toevallig van mannen houden.

Als u nu even de ogen sluit en visualiseert hoe één van die fijne kennissen naar de rand van het dak van een hoog gebouw aan een open plek in een willekeurige stad wordt gemarcheerd, en na het schreeuwen van “Alloeah Akbar” over de rand wordt geduwd, dan begrijpt u zeker dat ik vandaag geen vrolijk stukje uit het virtuele toetsenbord krijg.

Ik zag nog geen enkele #jesuisgay op twitter. Ik zag nog geen enkele oproep tot een mars in Brussel of Parijs. Gaia maakt gemiddeld meer lawaai over het artistiek verantwoord gooien met katten en honden op het Schoon Verdiep door een postmoderne kunstenaar dan ik de publieke opinie nu heb horen produceren over het gooien met homo’s. Met mensen.

Wel zag ik gisteren nogal wat protest tegen een school die radicaliserende jongeren (dat woord “jadicajisejen” goed uitspreken is nu voorgoed verpest door Jelle De Beule) heeft gemeld bij de politie.
Natuurlijk is het screenen van Facebook-pagina’s geen kerntaak van een school. Melding maken van het verspreiden van en oproepen tot geweld en haat (stafrechtelijke misdrijven) is echter zonder aarzeling de morele én wettelijke plicht van élke Europese burger of instantie. Kerntaak of niet: “it’s the law”.

Privacy is een vrij absoluut recht maar deze berichten stonden publiek leesbaar op Facebook. De school heeft dus niets gehackt of bewust gespioneerd. Ze heeft iets onrustwekkends vastgesteld en dat meteen gemeld bij de instanties.
Een heksenjacht op elke jongere met harde standpunten is ook niet gewenst, dus ik pleit alvast voor een discreet en wijs centraal meldpunt dat het onderscheid kan maken tussen meelopers en echte potentiële jihadis.

Er worden op 2500 kilometer van hier mensen van gebouwen gegooid.
Naar schatting komen zowat de helft van die moordenaars uit het Westen. Een flink aantal van hen heette korte tijd geleden nog Kevin of Geoffroy. Of Jejoen, tenzij dat een spelfout betreft.
Zonder wie dan ook te stigmatiseren moeten we onder ogen durven zien dat het hier niet over kwajongens gaat die op Facebook ‘stoefen’ over het stelen van een blikje cola in de Carrefour.

Zit het aspect ‘verklikken’ u niet lekker?
Elke van deze jongeren die in de waanzinnige barbaarse spiraal van het jihadisme wordt meegezogen ziet zijn leven en dat van zijn familie gegarandeerd verwoest.
Want het is een weg die alleen kan eindigen in de dood, of in een enkel geval een gebroken leven voor wie kan terugkeren.

Dat we waakzaam zijn en informatie doorspelen doen we niet alleen om te voorkomen dat er straks op een zondagnamiddag in de lente een bestelwagen met zelfgemaakt explosieven opduikt op de parking van het vermaledijde Gouden Kruispunt shoppingcenter, waar je op de duizenden koppen kan lopen. De afstand van Verviers tot dit mekka van de Westerse ontaarding bedraagt slechts 90 kilometer. Minder dan een uurtje rijden.

We doen het ook om hopelijk toch enkele misleide jongeren te redden van een afschuwelijk en onuitwisbaar trauma, of erger: een monster worden dat andersgeaarden van gebouwen gooit, kinderen als slaven verkoopt en journalisten onthoofdt.

Onze generatie kan niet zeggen dat ze het niet geweten heeft.
Het stond immers op Facebook.

#jesuisfaché en #jesuisgay

Geplaatst in hersengespinsel

Spoorloos

auto op treinrailsIk beken: ik ben al mijn leven lang een ‘petrolhead’. Liefhebber van snelle wagens sinds de kindertijd, en langdurig verslaafd aan de (relatieve) bewegingsvrijheid en het onbetwistbare comfort van de Duitse automobiel. Negen bedrijfswagens in achttien jaar werken.
Tot voor kort.

Sinds een half jaar werk ik op tien minuten wandelen van het station Antwerpen-Berchem. Een plaats die door de onhandige verkeersdriehoek Leuven-Brussel-Antwerpen met de auto gewoon lastig bereikbaar is tijdens de spits.

Ik koos voor de trein. Een transportmiddel dat ik na mijn studententijd zo ver mogelijk links liet liggen. Ondanks de groeiende files was de aantrekkingskracht van ‘den ijzeren weg’ onbestaande.
Ja, ik reisde voor mijn werk vaak met de Eurostar en Thalys naar Londen en Parijs. Maar dat telt niet: het was altijd in eerste klasse, en het is met inbegrepen eten en drinken eigenlijk gewoon vliegen in business class, met meer beenruimte, een stopcontact voor de laptop, en in een vliegtuig dat niet opstijgt.

Die treinrit van het Hageland naar Antwerpen was een ontdekking. Een verademing zelfs. Ook met een korte overstap in Aarschot, en na een uiteindelijk permanente upgrade naar eerste klasse (omdat het voorzien van voldoende capaciteit blijkbaar nog altijd moeilijk is voor de maatschappij die bijna 180 jaar bestaat), is het een heel comfortabele manier van pendelen gebleken.
De iPad mini is mijn trouwe reisgezel: ik heb de tijd om 45 minuten lang een spannend boek te lezen. Om wat e-mail achterstand in te halen. Of om gewoon wat te dagdromen.
Een enkele keer had ik vertraging. Eén trein werd echt geschrapt. Met de auto werd enkel nog naar het station gereden. Ook naar andere steden trok ik vanuit Antwerpen met de trein.

Ik was volledig bekeerd.

Was. De vakbondsacties van 6 en 24 november hebben mij opnieuw in de auto gekregen.

En wat blijkt dan: als je buiten de spitsuren rijdt, is de auto héél comfortabel. Mijn verplaatsing van deur tot deur -met de trein toch 1u25- krimpt tot exact 43 minuten. Met de ‘cruise control’ aan is het best ontspannend, zo na halfacht ’s avonds. En ik kan de iPod loeihard laten schallen in mijn rijdende cocon.

Ik kan me niet inbeelden dat dit de uitkomst is die de actievoerende ‘maatschappelijke bewegingen’ in gedachten hadden: een absolute bekeerling, een pendelkapitalist, die zich opnieuw in de zonde van de individualistische mobiliteit dreigt te storten.
De nieuwe dienstregeling vanaf 14 december doet bovendien extra vragen rijzen omdat ons lokale station nog veel minder bediend zal worden.

Op 1, 8, 11 en 15 december zal ik in elk geval spoorloos zijn. Fijnstof tot nadenken.

Geplaatst in hersengespinsel

Geweld(ig).

jeugdige hooliganJa, het stoort mij.

Niet omdat het vroeger beter was. Integendeel. Tot in de late negentiende eeuw was geweld gewoon een acceptabele vorm van conversatie. Tussen burgers en tussen staten. In de ‘roaring twenties’, vlak na een allesverslindende wereldoorlog, was geweld een tijdje ‘not done’ en was pacifisme in de mode. Lang heeft dat wel niet geduurd. Maar na de tweede globale knokpartij, het succes van de vreedzame strategie van Gandhi en de start van een verenigd Europa, dat snel algemene welvaart zou brengen, leek geweld in dit werelddeel niet langer tot de orde van de dag te behoren.

“Praten werkt”, zo claimde een bank.
Maar blijkbaar niet voldoende. Er is dus ook vandaag nog wat gerechtvaardigd geweld nodig, mocht ik leren in de jongste twee weken.
Dit belangrijke inzicht -noem het gerust een levensles- werd mij aangereikt door de moraalfilosofen van onze tijd: de vakbondsman, de supportersleider en de in een oer-Vlaamse fermette opgevoede jihadi.

Want onze samenleving luistert blijkbaar niet meer naar de (goed)gelovige kleine man in de straat met de pet (of jellabah). En dus is een klein beetje goed gericht geweld wel op z’n plaats.

Ze worden ertoe gedwongen, zeggen ze.
Door de politiek, door de clubbestuurders en door de ongelovige imperialisten.
Ze zijn er eigenlijk tegen, natuurlijk. Want geweld hoort niet. Altijd af te keuren. In principe. Want in deze gevallen is het natuurlijk wel begrijpelijk. Zelfs volledig terecht. Gerechtvaardigd.

Wel, ik weiger manifest om mee te gaan in deze logica!

Het vernielen van andermans eigendom (ook het lokaal van een andersgezinde partij) om onvrede te uiten over regeringsmaatregelen is nooit oké. Als een leider der verdrukte staatsarbeiders claimt dat hij er begrip voor heeft, het zelfs normaal vindt en er bovendien een terreurdreiging (“het zal nog gebeuren als het niet verandert”) aan toevoegt, dan is hij voor mij gewoon medeschuldig aan de vernielingen, en opruierij. Strafbaar.
Een befaamde linkse journalist/hoofdredacteur zei dat het “nog klein bier” was vergeleken met de manifestaties van boeren en mijnwerkers uit het verleden. En dat het “ergens begrijpelijk” was. Neen, Mijnheer Desmet: het blijft gewoon ordinair straatgeweld dat niet thuis hoort in een democratie. Of in eender welk ander bestel.
Nergens.

Mijn geliefde voetbalclub staat weliswaar terug ‘tussen de mensen’ maar rust en vrede heeft dat nog niet gebracht. Afgelopen weekend gingen supporters met elkaar op de vuist – vlak na het winnende doelpunt in de extra tijd. De tegenstanders van het Bestuur konden niet verdragen dat de andere supporters (de echte) wél juichten voor hun geplaagde club. En dus werd er geknokt. Net zoals enkele weken geleden aan de hoofdingang – na een eveneens gewonnen wedstrijd.
Het Bestuur is de agressor. De leiders van deze ‘fans’ melden in een open brief dan ook dat ze opnieuw en jammerlijk tot geweld gedwongen werden door ‘bestuurlievende hooligans’.
Herlees die laatste twee woorden.
Echt.

De meeste van deze moraalfilosofen hebben thuis kinderen die elkaar geen pijn mogen doen.
Tenzij het gerechtvaardigd is?

Geweldig.

 

Geplaatst in hersengespinsel

Efteling Elfjes

Langnek in close-upMet vele duizenden zijn ze gekomen, op Paaszondag, naar een groot bos ver van de bewoonde wereld. Kleurrijke figuren in alle soorten en maten, feestelijk uitgedost in lichte gewaden en huppelend rond het rimpelloze meer in het midden van het woud.

Duizenden Elfjes.

De Efteling is een fantasiewereld.
Dat merk je aan de vele Elven die – enkel in hun fantasie – ongestraft zoveel mens in zo weinig zomertextiel kunnen persen. En aan de vierkante kilometers onbedekte, melkwitte huid, die in de echte wereld in felle tegenspraak zouden zijn met al dat fluo. Want, Nederlanders en Belgen: we zijn met z’n allen nú al op weg naar Brazilië.

Vrouwelijke Elfjes, met een paar kinderen en een man, hebben hun haar in het rood, groen of blauw. Dat past naadloos bij een groot midzomerfeest in een betoverd bos, in het Zuiden van Noord-Brabant.
Geen onaardige openingszin voor een Nederlandstalige rip-off van de Hobbit, “In het Zuiden van Noord-Brabant…”.

Ik ben geen Elf. Ik ben een hippe magiër met de Efteling app op mijn iPhone. “Gandalf de Grijs-Blauwe”. Ingetogen gekleurd, maar even goed startend met een broek die op een zondagochtend in april zo’n 30 cm te kort is, en zo’n tien graden te koud.

Pasen is op papier (of in de Bijbel e-book op de tablet) de belangrijkste Christelijke feestdag. Het is niet helemaal duidelijk of dat vandaag enige invloed heeft gehad op de multiculturele samenstelling van het legioen Elfjes.

Wel heel goed zichtbaar is dat “het bleekgezicht”, de autochtone Bevolking der Verenigde Nederlanden, het meest uit de toon valt op deze zonovergoten, lentewarme, ja zeg het maar: feeërieke plek.
Terwijl de Nederbelg tegen alle genetische voorbestemdheid in toch een kleurrijke en vrolijke exoot probeert te zijn, zie ik duizenden mensen, met wortels in alle mogelijke ándere delen van de wereld, gewoon zichzelf zijn.

Ik ben ook wel eens een Bange Blanke Man.
Wie alles wat hem onbekend of onbemind is meteen kan omarmen is moediger dan ik. Of beter verzekerd.
Hier, in de fantasiewereld van de Efteling, sta ik ontspannen tussen al die andere culturen en godsdiensten geduldig mijn beurt af te wachten.

Net voor ons staat een groepje jonge moslima’s, met een jong kindje op de arm. Mijn petekindje van 9 en z’n broertje van 6 beginnen onbevangen met hem te spelen. Niemand voelt zich ongemakkelijk. Ook de oude Elven niet.
De moslima’s dragen een prachtig lang kleed, ze zijn echt op hun Paasbest (vergeef me…) naar het sprookjesbos gekomen. Ik vind ze er prachtig uitzien, stijlvol, voornaam en meer dan een tikkeltje mysterieus. Helemaal niet vreemd. Efteling Elfjes.

En neen, Geert Wilders, we staan niet naast de ‘bazaar’ souvenirwinkel aan het Arabische paleis van de Fata Morgana.

In deze verkiezingsperiode is dit voor Vlamingen wellicht de enige plek waar we met zovelen kunnen samentroepen zonder door campagnevoerende politici te worden lastiggevallen. Gezien het grote aantal regeringen en parlementariërs dat we tellen in dwergstaat België kan het bijna niet anders dan dat er enkele politici tussen de Elven lopen hier. Je kan enkel hopen dat ze iets hebben opgepikt vandaag.

De Efteling blijft een sprookje, een door vriendelijke mensen uitgebaat utopia.

Ik kan het niet beter samenvatten dan deze Hollandse jongen van een een jaar of 10, op weg naar de uitgang:
“Mama, Papa, de ijslollies zijn hier heel anders dan bij ons in Nederland!”.

 

Geplaatst in hersengespinsel

Tour de Flip

Peter SaganPeter Sagan heeft niet zoveel geluk gehad als ik.

Hij is niet opgegroeid met het scherpe koersinzicht van Mark Vanlombeek, de bijna religieuze serieux van Michel Wuyts en de heroïsche dramatiek van Karl Vannieuwkerke. Het is immers weinig aannemelijk dat de VRT op de kabel zit in Slovakije. Ook de NOS en de epische Mart Smeets werden hem vast onthouden.

Het is dus niet de schuld van Peter dat hij niet met de paplepel heeft meegekregen dat de fiets een zeer ernstige zaak is waar niet lichtzinnig mee wordt omgesprongen.
Getuige daarvan de wheelies op de finishlijn. Het de-auto-oprijdend parkeren van de fiets in de port bagage op YouTube. Het olijke knijpen in de vrolijke billen van Maja.

Neen, Peter kon niet weten dat de fietstrui een religieus gewaad is. Soms een boetekleed.
De fiets is een godsdient. De commentatoren zijn haar hogepriesters.

Elk geloof steunt op dogma’s, op rituelen.
En elk geloof heeft z’n bedevaartsoorden waar de gelovige zichzelf met zijn eigen nietigheid confronteert. Uit vrije wil.

Zelf fiets ik op een niveau dat ik, uit respect voor alle niet-profs die een veelvoud aan kilometers malen, niet als amateurniveau zal omschrijven.
Zet me daar maar ver onder. Ik haal wel eens een oudere wielertoerist in. Niet vaak.

Toch is de fiets ook voor mij een zaak van ernst en devotie. Met vaste rituelen.
Truien en broeken worden niet toevallig gekozen, over sokken en hun temperatuurbereik wordt nagedacht.
Zonder hartslagmeter wordt er niet gestart. Wat niet gemeten wordt bestaat niet.
En wanneer ik weer afstap ligt de ketting altijd terug op dezelfde tandwielen. Amen.

Als kleine jongen was ik niet van mijn BMX-fiets te houden. Ook toen al was het ‘crossen’ iets dat je zo goed mogelijk wilde doen. Een verre sprong of een acrobatisch kunststukje bereidde je goed voor. Onhandigheid en overmoed werden bijna altijd meteen afgestraft door de zwaartekracht en door de fiets. Ik heb nog steeds een aantal kleine stigmata op mijn onderbenen, die niet bruinen als eeuwige boetedoening.

We deden het ook wel een beetje om indruk te maken op de meisjes, dat moet ik toegeven.
Een aanmoedigend of juichend publiek is trouwens voor élke fietser een flinke extra motivatie.
Of je nu in groep een Heilige Berg beklimt of, zoals onlangs, door een Franse facteur toegeroepen. Als er naar je gekeken wordt gaat het altijd iets makkelijker.

De heilige bedevaartsoorden doen we, niet gehinderd door een hoog fietsniveau, evengoed aan als ware geloofsbelijders. De Mont Ventoux verschillende keren, vorig jaar de Col de la Madeleine en een flink aantal minder illustere cols in de Jura, het Centraal Massief, de Alpen en de Pyreneeën als bolletjes aan onze paternoster.
De top halen is als een Eerste Communie. Met publiek is het een Plechtige.

Als er geen andere kinderen waren om mee te BMX’en, dan reed ik voor een talrijk publiek in mijn hoofd. Ik hoefde niet te winnen, vaak was het niet eens een koers, maar ik werd wel voortdurend becommentarieerd.

Dertig jaar later is dat niet anders. Als ik alleen met de fiets op pad ben, dan geef ik mezelf commentaar tijdens de lastigere passages. Bergop gaat altijd live.
Zo’n solorit in Frankrijk krijgt achteraf altijd een goed klinkende etappenaam op de computer. Alles wordt immers gemeten en uitgelezen, weet u nog.

Voorlopig ben ik de eerste en enige deelnemer van roemrijke etappes als de grote tijdrit ‘Grand Brassac-Grand Brassac’ in de Périgord. Toptijd. En ik ben steevast vooraan te vinden in de Kleine Ronde van het Hageland.
De enige overblijver ook van een lange vlucht in een etappe in de Jura met 6 cols.
Dit jaar proberen we ook weer een deel van een echte Tour-etappe te rijden. De Tour de Flip.

Het is onduidelijk of ik al die solo etappes uiteindelijk ook gewonnen heb. De commentaarstemmen in mijn hoofd zwijgen gek genoeg altijd vlak voor de aankomst.
Het commentaar wordt overigens niet enkel in het nederlands uitgezonden. Menige solo en duo etappe werd intens begeleid door een Laurent Jalabert-achtige stem. Vreemd maar nooit door een Hollander.

Voor een wheely aan de finish ben ik meestal te afgepeigerd. De fiets al auto-oprijdend parkeren doe ik om verzekeringstechnische redenen beter niet.
En omdat ik niet weet of ik gewonnen heb, sta ik ook nooit op een imaginair podium. Er valt geen Maja of Femke te knijpen.

Dat heeft Peter Sagan dan wel weer voor op mij.

Geplaatst in hersengespinsel
%d bloggers liken dit: